Interview met Gijs

Het in kaart brengen van het beleid van zorgmanagement is dagelijkse kost voor Gijs Brouwer, promovendus in healthcare management aan de Universiteit Maastricht. Vanuit de Academische Werkplaats Duurzame Zorg in Maastricht heeft hij samen met zijn onderzoeksteam alle bevindingen rondom het PlusPraktijken project gemonitord.

In gesprek met Gijs Brouwer - Het PlusPraktijken project als wetenschappelijk onderbouwd onderzoek

In balans

Vanaf het moment dat Gijs hoorde van het PlusPraktijken project was hij enthousiast om met zijn onderzoeksteam dit innovatieve project te evalueren en er wetenschappelijke lessen uit te trekken. “Het mooie aan het project vond ik dat er een nieuwe samenwerkingsvorm ontstond van huisartspraktijken met een zorggroep. Er was een algemeen doel gesteld, verbeteren op Triple Aim uitkomsten. Maar om tot specifieke resultaten te komen, moest er een complex traject worden afgelegd. Een absolute uitdaging die ik graag wilde benaderen en evalueren vanuit een wetenschappelijk perspectief”, zo begint Gijs.

Huisartsen gefotografeerd

Het onderzoeksteam concludeerde dat de grootste uitdaging voor het projectteam van HuisartsenOZL was ervoor te zorgen dat alle deelnemende praktijken met de neus dezelfde kant op stonden. “Iedere huisartsenpraktijk is een op zich staand bedrijf. Dat betekent dat er in iedere praktijk op een andere manier invulling wordt gegeven aan de dagelijkse praktijkvoering. Een goede balans tussen autonomie en werken aan die gezamenlijke doelstelling was dan ook cruciaal”, aldus Brouwer.

Regionaal belang

Voor Gijs en het onderzoeksteam kende het project een duidelijke doelstelling. “De regio Oostelijk Zuid-Limburg staat erom bekend dat de zorgkosten aan de hoge kant zijn, terwijl de gezondheid van de inwoners gemiddeld lager scoort. Hier hebben veel meer zaken invloed op dan de zorg die gegeven wordt door huisartspraktijken, maar het was voor ons interessant om te onderzoeken op welke manier en in welke mate het PlusPraktijken project toch verandering kon bewerkstelligen.”

Om dit in kaart te brengen, is er naar verschillende aspecten gekeken. “Om een advies uit te kunnen brengen, hebben we een aantal belangrijke factoren in kaart gebracht: de zorgkosten, de doorverwijzingsfunctie van de praktijken, het proces in de praktijken én de rol van HuisartsenOZL als verbindende factor. De uiteindelijke bevindingen van de PlusPraktijken hebben we, waar mogelijk, tegenover de overige praktijken in de regio gezet om trendverschillen in kaart te brengen.”

Eén gezamenlijk doel

Volgens Gijs is er één cruciaal punt om het PlusPraktijken project te doen slagen; het definiëren van een duidelijke doelstelling. “Gedurende het project hebben we geconstateerd dat het belangrijk is om gezamenlijke en concrete doelstellingen te hanteren. Er moet gefocust worden op de grootste issues in de regio. Een praktijk kan dan in samenwerking met het projectteam, in dit geval vanuit HuisartsenOZL, zelf op zoek naar de beste aanpak in hun eigen praktijk om te verbeteren op die doelstelling.

Het is vervolgens de taak aan het projectteam om te monitoren of deze doelstellingen ook behaald worden en om praktijken te ondersteunen, bijvoorbeeld door praktijken van de aanpak van andere praktijken te laten leren. Uiteraard moeten de praktijken daarin een zekere mate van autonomie houden. Toch is het ook noodzakelijk dat een ondersteunende zorgorganisatie als HuisartsenOZL gedurende het project de vinger aan de pols houdt om de praktijken te ondersteunen en stimuleren waar nodig.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *